Global Dictionary/Woordenboek


Browse the glossary using this index

Special | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | ALL

B

baan

de baan , werk, waarvoor je een salaris krijgt.

 

Vakantie-werk- een tijdelijk baantje.

Een bijbaan(tje) , bijvoorbeeld als je nog op school zit.

 

basisschool

de school / de scholen

de kleuterschool 3-6 jaar / de basisschool 6-12 jaar / de middelbare school 13-17

beroepsbevolking

de beroepsbevolking.= alle mensen in een bevolking= populatie , die een beroep hebben- alle mensen die kunnen werken. Gepensioneerde mensen en kinderen behoren niet tot de beroepsbevolking, maar in sommige landen helaas wel.

bestelling

de bestelling - de order.

Iets bestellen in een restaurant. Iets bestellen via de telefoon/ via deliveroo

bestellen- bestelde - heb/is  besteld 

book

Definition : Het boek

Plural/Meervoud: books / boeken

Jou of jouw: jouw boek

Elk of elke: Elk boek
Aanwijzend voornaamwoord: Dat boek
Bezittelijk voornaamwoord: Ons boek

brandwond

de wond - de wonden

-de brandwond / de snijwond / Ik heb mij gesneden , ik heb een snijwond.

 

bui

1- bui- Ik ben in een goede bui-mood / Mijn baas is altijd in een slechte bui.

     Tegen je partner: Waarom ben in zo'n rotbui / a rotten mood.

2- de regenbui. A rain shower . Er zijn vandaag veel buien. Er is veel regen vandaag.