Global Dictionary/Woordenboek


Browse the glossary using this index

Special | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z | ALL

A

aangestuurd

Een project aansturen - een project dirigeren. to direct a project. Een groep mensen aansturen.

sturen - iemand naar de Aldi sturen om koffie te halen. Iemand om een 'boodschap' sturen.

besturen - een auto besturen

sturen - stuurde - gestuurd

afgeleid

afleiden- leidde af- afgeleid zijn. ~to distract

De afleiding. De televisie geeft soms een beetje afleiding.

Ik ben afgeleid door de televisie.

Iemand afleiden- Leidt me niet af alsjeblieft.

afleiden ~to distract . to deduce. Een wiskundige formule afleiden.

 

afwachting

1. afwachting - Ik ben in afwachting van een bestelling. Ik wacht op een bestelling. Ik ben aan het wachten.

Jij moet even afwachten wanneer de bestelling komt. Wacht rustig af, alles komt goed.

2. iets verwachten. Mijn vrouw en ik verwachten ons eerste kind. Mijn vrouw is in verwachting. (zijn)

3. Kinderen verwachten een cadeautje op hun verjaardag.

 

afzetmarkt

de markt-  de afzetmarkt - de huizenmarkt... etc

producten afzetten op de markt- producten verkopen op een markt.

de markt- de Albert Cuyp is een leuke markt.

de beurs~the stock exchange is ook een markt.