Sunday, 20 October 2019, 1:32 PM
Site: School for Dutch
Course: School for Dutch (Learn Dutch)
Glossary: Global Dictionary/Woordenboek
A

aangestuurd

Een project aansturen - een project dirigeren. to direct a project. Een groep mensen aansturen.

sturen - iemand naar de Aldi sturen om koffie te halen. Iemand om een 'boodschap' sturen.

besturen - een auto besturen

sturen - stuurde - gestuurd

afgeleid

afleiden- leidde af- afgeleid zijn. ~to distract

De afleiding. De televisie geeft soms een beetje afleiding.

Ik ben afgeleid door de televisie.

Iemand afleiden- Leidt me niet af alsjeblieft.

afleiden ~to distract . to deduce. Een wiskundige formule afleiden.

 

afwachting

1. afwachting - Ik ben in afwachting van een bestelling. Ik wacht op een bestelling. Ik ben aan het wachten.

Jij moet even afwachten wanneer de bestelling komt. Wacht rustig af, alles komt goed.

2. iets verwachten. Mijn vrouw en ik verwachten ons eerste kind. Mijn vrouw is in verwachting. (zijn)

3. Kinderen verwachten een cadeautje op hun verjaardag.

 

afzetmarkt

de markt-  de afzetmarkt - de huizenmarkt... etc

producten afzetten op de markt- producten verkopen op een markt.

de markt- de Albert Cuyp is een leuke markt.

de beurs~the stock exchange is ook een markt.

B

baan

de baan , werk, waarvoor je een salaris krijgt.

 

Vakantie-werk- een tijdelijk baantje.

Een bijbaan(tje) , bijvoorbeeld als je nog op school zit.

 

basisschool

de school / de scholen

de kleuterschool 3-6 jaar / de basisschool 6-12 jaar / de middelbare school 13-17

beroepsbevolking

de beroepsbevolking.= alle mensen in een bevolking= populatie , die een beroep hebben- alle mensen die kunnen werken. Gepensioneerde mensen en kinderen behoren niet tot de beroepsbevolking, maar in sommige landen helaas wel.

bestelling

de bestelling - de order.

Iets bestellen in een restaurant. Iets bestellen via de telefoon/ via deliveroo

bestellen- bestelde - heb/is  besteld 

book

Definition : Het boek

Plural/Meervoud: books / boeken

Jou of jouw: jouw boek

Elk of elke: Elk boek
Aanwijzend voornaamwoord: Dat boek
Bezittelijk voornaamwoord: Ons boek

brandwond

de wond - de wonden

-de brandwond / de snijwond / Ik heb mij gesneden , ik heb een snijwond.